Behoort Begeleiding Borstvoeding tot Standaard Zorg?

Er is uitgebreid wetenschappelijk bewijs van de vele voordelen van borstvoeding voor zowel moeder als kind. Maar ondanks alle kennis over borstvoeding en het advies van de WHO (World Health Organization) om baby's minimaal zes maanden exclusief borstvoeding te geven, blijven borstvoedingscijfers in vele landen dalen.

In 2005 begon bijna 80% van alle moeders in Nederland met het geven van borstvoeding. Na één maand was dit al sterk gedaald naar 54%. Na drie maanden kreeg nog 35% van de baby's borstvoeding en met zes maanden was hier nog maar 26% van over. Ligt dit wellicht aan het gebrek aan ondersteuning voor vrouwen die borstvoeding (willen) geven? Wetenschappers hebben diverse internationale studies over begeleiding en ondersteuning bij het overwegen en geven van borstvoeding geanalyseerd.

Uit 52 onderzoeken, waaraan in totaliteit 56.451 moeders met hun baby’s uit 21 landen aan hebben meegewerkt, bleek dat alle vormen van extra support gedurende de borstvoedingsperiode een positieve invloed hadden. De ondersteuning van zowel ervaringsdeskundigen als professionals zorgde voor een langere duur van exclusieve en gedeeltelijke borstvoeding.

De onderzoekers concludeerden dat alle vrouwen ondersteuning aangeboden moeten krijgen tijdens het geven van borstvoeding. Vooral in landen waarin veel vrouwen starten met borstvoeding - zoals in Nederland - is de kans groot dat support zorgt voor een langere borstvoedingsperiode en langere exclusiviteit.

Begeleiding waarbij er persoonlijk contact plaatsvindt, heeft een hogere kans van slagen dan support op afstand. Ondersteuning waarbij de borstvoedende vrouw zelf het initiatief moet nemen, is zeer waarschijnlijk niet effectief. Vrouwen zouden constante afspraken met hun borstvoedingsbegeleiders moeten hebben, zodat ze zeker weten dat de ondersteuning beschikbaar is. Begeleiding tijdens de borstvoedingsperiode zou moeten behoren tot de standaard postnatale zorg.





Referenties
1. M.J. Renfrew, F.M. McCormick, A. Wade, B. Quinn and T. Dowswell.2012. Support for healthy breastfeeding mothers with healthy term babies. Cochrane Database of Systematic Reviews 2012, Issue 5. Art. No.: CD001141. Doi: 10.1002/14651858.CD001141.pub4.
2.
Landelijke borstvoedingspeiling TNO 2005  

Reacties

  1. Persoonlijk denk ik dat het grootste probleem in de tijd zit die er altijd aan besteed moet worden, we leven in een snelle economie en rustig de tijd nemen om de baby te voeden zit er gewoon niet in, flesje klaarmaken, en in de mond proppen en tussen door ff een wasje en een droogje doen is gewoon meer van deze tijd, en het aftappen werkt ook nog niet altijd optimaal.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik begrijp je reactie. Alhoewel ik ook denk dat er wel erg gemakkelijk gedacht wordt over het werk dat gaat zitten in het kiezen voor kunstvoeding. Misschien is borstvoeding in het begin intensiever. En dit ligt overigens nog echt aan de baby, onze dochter pakte vanaf het eerste moment goed de borst en is dit blijven doen. Het was zo gemakkelijk en dat is dus zo gebleven. Onze zoon was niet zo'n natuurtalent en daar ben ik de eerste weken veel tijd aan kwijt geweest om samen de juiste manier van borstvoeding te vinden.

      Maar als het eenmaal aangeleerd is, dan stelt het geven van borstvoeding qua werk weinig tot niets meer voor. Dan is het juist een heerlijk ontspannen moment en is er zelfs ruimte om tijdens het voeden nog andere dingen te doen. Mocht je dit willen natuurlijk, want vaak is het gewoon zo'n mooi moment, dat je er even bij stil wil blijven staan :)

      Verwijderen

Een reactie posten