Diepe Band Ouders en Baby Investering voor Kleuterperiode

Een goede relatie tussen ouders en baby’s blijkt later te zorgen voor kinderen die beter in staat zijn om hun eigen gedrag te controleren en te luisteren naar hun ouders. Ze tonen geduld, samenwerking en doorzettingsvermogen. Dat zijn de bevindingen van een Amerikaanse studie.

Er deden 102 families - moeders, vaders en baby’s – mee aan de studie. De gezinnen werden gevolgd vanaf dat de kinderen 7 maanden oud waren en dit liep door tot de leeftijd van 4,5 jaar. Herhaalde observaties vonden plaats in het huis van het gezin en in een laboratorium. De eerste twee levensjaren observeerden de wetenschappers hoe de ouders en hun kinderen met elkaar omgingen. Ze letten er vooral op of de familie met elkaar in connectie stond, elkaars hints deden oppikken, goed communiceerden en blij waren om bij elkaar te zijn. Kortom; ze bekeken of de ouders en hun kinderen over een diepe, positieve en responsieve relatie beschikten.

Toen de kinderen 4 jaar oud waren, observeerden de onderzoekers hoe de kleuters reageerden toen ze door een ouder werden verteld dat ze iets niet mochten doen. Daarna verliet de ouder de kamer. Ze bekeken ook hoe de kleuters taken zelf uitvoerden. Om de taken goed uit te voeren moesten ze geduld en doorzettingsvermogen tonen. Ze werden bijvoorbeeld gevraagd om een snoepje in hun mond te houden, zonder het op te eten. Kinderen die een goede relatie hadden ontwikkeld met hun moeders in de eerste twee levensjaren bleken veel beter te reageren op hun moeders verzoek om iets niet te doen en konden hun eigen gedrag beter reguleren, in vergelijking met kinderen die deze diepe band niet hadden ontwikkeld.

Daarnaast keken de onderzoekers hoe de wederzijdse open en toegankelijke relatie tussen moeders en hun kinderen werkten. Moeders die met hun baby’s een diepe band hadden ontwikkeld, hoefden later niet dwingende discipline toe te passen om hun kind te laten luisteren. De moeder had een subtiele controle over de situatie en het kind toonde meer zelfregulerend gedrag met vier jaar oud. Sommige bevindingen waren gelijk bij vaders en hun kinderen. Responsieve en positieve relaties in de eerste twee levensjaren toonden ook verband met een betere uitvoering van taken en zelfregulatie van de kleuters. Maar, in tegenstelling tot bij de moeders, was de reden van de link tussen vaders en hun kinderen minder duidelijk.

‘De meeste ouders weten dat wanneer ze interactie hebben met hun baby en peuter, ze een belangrijke basis leggen voor de toekomst van het kind. Nu hebben we een duidelijker beeld wat dit betekent. Je investering in het opbouwen van een wederzijdse responsieve, positieve, diepe relatie van begin af aan, betaalt zich jaren later aanzienlijk uit,’ concludeert hoofdonderzoeker Grazyna Kochanska.



Referentie
1. G. Kochanska, N. Aksan, T.R. Prisco and E.E. Adams. 2008. Mother-Child and Father-Child Mutually Responsive Orientation in the First Two Years and Children's Outcomes at Preschool Age: Mechanisms of Influence. Child Dev. 2008 Jan-Feb;79(1):30-44.

Reacties