Jonge Kinderen Werken al mee aan Cumulatieve Cultuur

Alles in onze cultuur is het resultaat van de kennis en vaardigheden die naarmate de tijd vorderde langzaam is ontwikkeld. We leren van het verleden en proberen ons iedere generatie weer opnieuw te verbeteren en te vernieuwen. Wetenschappers denken dat deze 'cumulatieve cultuur’ de mens onderscheidt van andere (zoog)dieren. Dieren kunnen ook van elkaar leren, maar doen dat op een veel minder systematische manier dan mensen. Ze geven over het algemeen de geleerde kennis alleen maar door aan de volgende generatie. De kennis ontwikkelt zich niet verder.   

Een nieuw onderzoek laat zien waarom mensen zich mogelijk anders ontwikkelen dan dieren. Hoofdonderzoeker Lewis Dean en zijn collega’s lieten chimpansees, kapucijneraapjes en jonge kinderen in groepsverband puzzels oplossen. De wetenschappers vonden dat minder dan 10% van de chimpansees na 30 uur de puzzel voor een deel had opgelost. De kapucijneraapjes presteerden nog slechter. Na 53 uur had slechts 5% een deel van de puzzel opgelost. De jonge kinderen hadden helemaal niet zo’n grote moeilijkheden om te puzzels op te lossen. Na minder dan 3 uur had de helft van de kinderen al een deel van de puzzel opgelost. En net iets minder dan de helft had de hele puzzel al afgerond.

Volgens de onderzoekers waren de kinderen veel succesvoller dan de andere diersoorten, omdat ze gebruik maakten van elkaar. Ze gebruikten hun aanleg om te leren, imiteren, delen en samenwerken. De kinderen leerden elkaar dingen over de puzzels bij 23 gelegenheden. Ze spraken alles regelmatig door en waren de enige groep die elkaar meer imiteerden dan niet. Ze moedigden elkaar ook aan en complimenteerden elkaar als het goed ging. Hoe meer de kinderen hun sociale vaardigheden gebruikten, hoe beter het oplossen van de puzzels verliep.

In sterk contrast stonden de chimpansees en kapucijneraapjes; zij leerden elkaar namelijk helemaal niets. Ze lieten elkaar nooit zien hoe ze de puzzels aan het oplossen waren. Ook ‘communiceerden’ ze zelden met elkaar en werkten ze niet samen. Ze probeerden wel apart van elkaar dingen uit, maar imiteerden elkaar nauwelijks.

De wetenschappers denken dat de kinderen slaagden omdat ze de puzzels als een sociale bezigheid zagen. Door samen te werken konden ze de puzzels gemakkelijk oplossen. Ze leken meer bezig te zijn met het sociale proces, dan met het uiteindelijke resultaat. De chimpansees en kapucijneraapjes kregen de opdracht niet gedaan omdat ze alleen maar op zichzelf gericht waren, onafhankelijk van hun groepsgenoten. De cumulatieve cultuur is volgens de onderzoekers afhankelijk van een pakket met sociale en cognitieve capaciteiten die waarschijnlijk of ontbreken of verarmd aanwezig zijn bij andere diersoorten.

Referentie
1. L.G. Dean, R.L. Kendal, S.J. Schapiro, B. Thierry and K.N. Laland. 2012. Identification of the Social and Cognitive Processes Underlying Human Cumulative Culture. DOI: 10.1126/science.1213969.

Reacties