Simpele Test Voorspelt Mogelijke Vroeggeboorte

Zweedse wetenschappers hebben een methode ontwikkeld waarmee kan worden voorspeld of zwangere vrouwen met vroegtijdige weeën binnen zeven dagen gaan bevallen. De methode biedt nieuwe mogelijkheden om de geboorte te vertragen en om de juiste zorg voor te bereiden voor de premature baby. Ongeveer 30 procent van de vrouwen die naar het ziekenhuis komen met vroegtijdige weeën, bevallen voordat de 37e zwangerschapsweek begint.  

Voor de studie werden 142 zwangere vrouwen die naar het ziekenhuis kwamen tussen 1995 en 2005 met vroegtijdige weeën gevolgd. Er was nog geen sprake van gebroken vliezen. Door de zwangeren te bestuderen, hebben de onderzoekers een test kunnen ontwikkelen waarmee met een hoge zekerheid kan worden aangegeven of de vroegtijdige weeën gaan leiden tot een bevalling binnen zeven dagen.
 
De methode is op een nieuw ontwikkelde bloedtest gebaseerd. Deze test kijkt naar twee specifieke proteïnen in het bloed van de zwangere vrouw. Verder zal het resultaat van de test met de routinecontrole worden gecombineerd. Met het standaard onderzoek van echo’s en het meten van de eventuele ontsluiting kan een duidelijke diagnose worden vastgesteld.

‘Statistisch gezien kan deze methode met 75 tot 80 procent zekerheid zeggen of de vrouw eerder gaat bevallen,’ geeft  onderzoeker Panagiotis Tsiartas aan. ‘We moeten meer onderzoek uitvoeren voordat de methode volledig in gebruik kan worden genomen. Maar als de resultaten van deze studies goed zijn, dan kan de test hopelijk zorgen voor nieuwe vormen van behandeling om vroeggeboorten te voorkomen en serieuze complicaties te kunnen behandelen,’ concludeert Tsiartas.





Referentie
1. P. Tsiartas, R.M. Holst, U.B. Wennerholm, H. Hagberg, D.M. Hougaard, K. Skogstrand, B.D. Pearce, P. Thorsen, M. Kacerovsky and B. Jacobsson. 2012. Prediction of spontaneous preterm delivery in women with threatened preterm labour: a prospective cohort study of multiple proteins in maternal serum. BJOG: An International Journal of Obstetrics & Gynaecology, 2012; 119 (7): 866 DOI: 10.1111/j.1471-0528.2012.03328.x.

Reacties