Keuze Ziekenhuis Bepaalt Risico op Keizersnede

Een nieuwe Amerikaanse studie laat sterk bewijs zien dat niet alleen maar medische noodzaak een rol speelt bij welke vrouw een keizersnede krijgt. In Amerika bestaat er een grote variatie in het aantal keizersnedes dat per ziekenhuis wordt uitgevoerd. Eén van de verklaringen hiervoor was dat de ziekenhuizen met een hoog keizersnede percentage meer vrouwen met hoog-risico zwangerschappen behandelden. De nieuwe bevindingen suggereren echter dat het keizersnede percentage van een ziekenhuis meer te maken heeft met het beleid en de cultuur van het ziekenhuis zelf dan met de kenmerken van de bevallende patiënt. ‘Eenvoudig gezegd; twee vrouwen met een vergelijkbaar risicoprofiel kunnen naar gelang van hun keuze voor een ziekenhuis wel of geen keizersnede moeten ondergaan,’ zegt onderzoeker S.V. Subramanian.
 
Een keizersnede kan een levensreddende operatie voor moeder en baby zijn. Maar keizersnedes die niet medisch noodzakelijk zijn, stellen moeders en hun baby’s bloot aan onnodige risico’s zoals infecties en een langer ziekenhuisverblijf en herstel. Eerder bespraken we al onderzoeken rondom de voordelen van vaginale bevallingen: http://www.denieuwebaby.nl/2012/11/natuurlijke-bevalling-zorgt-voor-hoger.html en http://www.denieuwebaby.nl/2012/10/blootstelling-aan-bacterien-verlaagt.html. Ondanks de risico’s van deze operatie en de voordelen van vaginale bevallingen, blijven de keizersnede percentages in Amerika en Nederland stijgen. In Massachusetts is het percentage sinds 1997 blijven stijgen. In 2009 waren ongeveer een derde van alle bevallingen in Massachusetts keizersnedes, een stijging van 61 procent in vergelijking met 1998. In Nederland waren in 1980 slechts 4,5 procent van de bevallingen keizersnedes. In 2002 bleek dit percentage al tot 13,5 procent gestegen. 
 
De onderzoekers wilden begrijpen waarom de percentages waren gestegen. Ze gebruikten data van het ‘Pregnancy to Early Life Longitudinal data system’ en hadden hierdoor de beschikking over 98 procent van de totale bevallingen tussen 2004 en 2006 in Massachusetts. Ze analyseerden in totaal 228.864 geboorten in 49 verschillende ziekenhuizen. Het onderzoeksteam vond dat ongeveer 27 procent van de eerste moeders die een voldragen baby met achterhoofdsligging (achterhoofd ligt naar beneden) keizersnedes kregen. De keizersnede percentages varieerden van 14 tot 38 procent, zelfs in de laag-risico groep.

De resultaten laten volgens de onderzoekers duidelijk zien dat het risico op een keizersnede mogelijk afhankelijk is van de ziekenhuis keuze van de bevallende vrouw. ‘De bevindingen suggereren dat het ziekenhuisbeleid en de heersende cultuur belangrijke factoren zijn voor het verklaren van het percentage aan keizersnedes,’ zegt hoofdonderzoeker Isabel Cáceres. De wetenschappers zeggen dat ziekenhuizen hun procedures waarop ze de beslissing om voor een keizersnede te gaan, moeten heronderzoeken. Zodat ze zeker weten dat de beslissing wordt genomen wegens medische indicatie en niet dat andere factoren, zoals de voorkeur van een arts of de angst voor aansprakelijkheid, bepalen hoe baby’s worden geboren.




Referentie
1. I.A. Cáceres, M. Arcaya, E. Declercq, C.M. Belanoff, V. Janakiraman, B. Cohen, J. Ecker, L.A. Smith and S.V. Subramanian. Hospital Differences in Cesarean Deliveries in Massachusetts (US) 2004–2006: The Case against Case-Mix Artifact. PLoS ONE, 2013; 8 (3): e57817 DOI: 10.1371/journal.pone.0057817.


Reacties