Baby's Leren meer Woorden als Ouders Non-verbale Communicatie Gebruiken

Baby’s leren nieuwe woorden door een-op-een gesprekken, waarbij de ouder baby’s wereld van commentaar voorziet. En als hierbij ook aandacht wordt gegeven aan baby’s gedrag tijdens het gesprek, dan helpt dit jonge kinderen om de taal sneller onder de knie te krijgen: http://www.denieuwebaby.nl/2012/08/babys-leren-taal-door-te-luisteren.html. En hoe meer woorden kinderen horen, hoe beter hun taalontwikkeling verloopt: http://www.denieuwebaby.nl/2013/04/hoeveel-woorden-hoort-jouw-baby-per-uur.html. Als volwassenen in een voor hen vreemde taal iets proberen duidelijk te maken, dan hebben ze naast het gesproken woord ook vaak non-verbale communicatie nodig om iets duidelijk te maken. Volgens een nieuwe studie kan non-verbale communicatie eveneens baby’s helpen om een taal te leren begrijpen.

Erica Cartmill en haar collega’s maakten voor hun onderzoek video-opnames van echte gesprekken tussen 50 Amerikaanse ouders en hun baby’s. De eerste keer vond plaats toen de baby’s 14 maanden oud waren en de tweede keer vier maanden later. Daarna selecteerden de wetenschappers willekeurig voor ieder ouder-baby paar tien korte fragmenten. Iedere met in de hoofdrol de ouder die uitdrukking probeert te geven aan een zelfstandig naamwoord (zoals ‘hond’ of ‘bal’). Het geluid van de video’s werd gedempt. Meer dan 200 volwassen vrijwilligers kregen de geluidsarme fragmenten te zien. Ze moesten de ‘mysterieuze’ woorden raden die de ouders hadden gezegd. De vrijwilligers konden de woorden dus alleen raden als er genoeg en duidelijke non-verbale aanwijzigingen door de ouders waren gegeven.

De onderzoekers wilden echt een volledig correct antwoord hebben, voordat ze het goed deden rekenen. Dus als de gissing te algemeen was (‘speelgoed’ in plaats van ‘teddybeer’) of te specifiek (‘vinger’ in plaats van ‘hand’) dan werden deze als fout bestempeld. Ook hadden ze erop gelet dat de gekozen fragmenten zich niet leenden voor het achterhalen van de betekenis door middel van liplezen. De test was zeker niet gemakkelijk en gaf een kijkje in de uitdaging voor baby’s om onbekende woorden te ontcijferen.

De resultaten bleken enorm te variëren. Sommige ouders konden de betekenis van het zelfstandig naamwoord maar 5% van de tijd duidelijk maken. Terwijl anderen hun woorden wisten over te brengen in 38% van de gevallen. En er bleek een link tussen ouders transparante manier van communiceren en de woordenschat van hun kinderen drie jaar later. Baby’s die meer ‘transparante’ ouders hadden, bleken een grotere woordenschat te hebben op 4,5-jarige leeftijd. Het verband bleef significant ook na het controleren van de baby’s woordenschat aan het begin van de studie.
 
Alhoewel het aantal uitbeeldingen van ouders de taalontwikkeling van het kind kon voorspellen, bleek toch vooral de kwaliteit en niet de kwantiteit van het grootste belang. Ook keken de wetenschappers naar het bekende gegeven (zie tweede link in dit blog) dat ouders met een hogere sociaal-economische status meer woorden gebruiken tijdens het communiceren met hun kinderen. Dit keer konden ze echter geen verband vinden tussen deze status en meer non-verbaal communiceren. Ouders met een hogere sociaal-economische status waren niet meer geneigd dan andere ouders om met hun kinderen te communiceren op een transparante manier.



Referentie
1. E. Cartmill, B.F. Armstrong III, L.R. Gleitman, S. Goldin-Meadow, T.N. Medina and J.C. Trueswell. 2013. Quality of early parent input predicts child vocabularly 3 years later. PNAS. Published online before print June 24, 2013, DOI: 10.1073/pnas.1309518110.

Reacties