Baby’s Omgeving Speelt Grote Rol in Latere Lengte

Misschien denk je dat je lengte puur een genetische oorzaak heeft. En dat er voor je baby al min of meer vaststaat hoe groot hij of zij later gaat worden. Maar dan heb je maar deels gelijk. Volgens een nieuwe studie draait lengte namelijk niet volledig om genetica. Een Israëlisch onderzoeksteam heeft aangetoond dat de omgeving waarin baby’s leven, van baarmoeder tot ongeveer één jaar oud, voor een groot deel bepaalt welke lengte ze als volwassenen bereiken.

De wetenschappers vonden, naast het significante effect van genetica op lengte, dat ook de omgevingsfactoren duidelijk meetellen. Hierbij horen de omgeving in de baarmoeder, voeding, gezondheid in het eerste levensjaar, ouders en familie structuur, economische en emotionele gebeurtenissen. ‘In navolging van de genetische revolutie, is het vandaag de dag gebruikelijk om al onze persoonlijke kenmerken aan onze genen toe te kennen,’ legt hoofdonderzoeker Ze'ev Hochberg uit. ‘Zeker, er is geen twijfel dat veel van onze kenmerken genetisch zijn. Maar, zoals onze studie laat zien, spelen omgevingsfactoren ook een zeer significante rol, ongeveer 50 procent, in het bepalen van groei en lengte.’

De spreidingsbreedte tussen mensen die lang of kort zijn, is ongeveer 25 cm bij mannen en 23 cm bij vrouwen. De helft van de variatie gebeurt tijdens een beslissende groeiperiode, als de baby uitgroeit tot kind. En de nieuwe studie toont aan dat deze groeifase wordt bepaald door omgevingsfactoren tijdens zwangerschap en babytijd. De wetenschappers stelden deze overgangsperiode in 162 tweelingparen vast. De groep bestond uit 56 eeneiige tweelingen, zij hebben volledig dezelfde genen. Daarnaast waren er 106 paren van twee-eiige tweelingen, zij delen de helft van hun genen. En 106 broers en zussen paren, die ook de helft van hun genen delen.   

‘Onderzoeken met tweelingen laten ons de balans tussen genen en omgeving testen. Het verschil tussen eeneiige en twee-eiige tweelingen laat de impact van genetica zien. Hier ontdekten we de opmerkelijke kracht van de omgeving die een persoon vormt. Dit heet de plasticiteit van de menselijke ontwikkeling. Wat betekent dat omgevingsfactoren zoals de voeding van moeder en baby en sociale interacties de groei en lengte kunnen beïnvloeden,’ geeft Hochberg aan.  

Vanuit een evolutionair perspectief helpt deze plasticiteit (kneedbaarheid) om de kenmerken te vormen zodat ze zich aan kunnen passen aan de toekomstige leefomstandigheden. Deze worden ‘voorspellend aangepast’ gebaseerd op de huidige condities. ‘Bijvoorbeeld kinderen die worden geboren en opgroeien in een omgeving waar ondervoeding heerst, zij zullen maar een korte lengte bereiken. En daardoor minder voeding nodig hebben als ze ouder worden. Terwijl kinderen die worden geboren in een omgeving met genoeg voedsel, lang zullen worden,’ concludeert Hochberg.


Referentie
1. A. German, G. Livshits, I. Peter, I. Malkin, J. Dubnov, H. Akons, M. Shmoish and Ze'ev Hochberg. 2015. Environmental Rather than Genetic Factors Determine the Variation in the Age of the Infancy to Childhood Transition: A Twins Study. The Journal of Pediatrics, 2015; 166 (3): 731 DOI: 10.1016/j.jpeds.2014.11.047.


Reacties