Krijg je een Jongen of een Meisje?

Of je een meisje of een jongen krijgt is toch puur een kwestie van kansberekening? Waarbij er meestal vanuit wordt gegaan dat je 51% kans op een jongen en 49% kans op een meisje hebt. En toch zijn er studies die aangeven dat er mogelijk nog andere zaken meespelen. Zo zouden moeders met een stressvolle baan bijvoorbeeld eerder meisjes dan jongens krijgen. Afwijkingen in de ‘normale’ percentages van het nageslacht is iets waar biologen bij andere diersoorten al langer bekend mee zijn. Een belangrijke veronderstelling is dat natuurlijke selectie de verklaring vormt voor de ontstane onbalans.

De Trivers-Willard hypothese constateert dat het gunstig is voor moeders als ze in staat zijn om het geslacht van hun nakomelingen aan te passen naar gelang van hun eigen gezondheid. Zodoende zou een vrouw in goede conditie het leven moeten schenken aan meer mannelijk nageslacht. Succesvolle mannen hebben een grotere kans om veel kinderen te produceren dan succesvolle vrouwen. Door het maken van sterke zonen, zorgen gezonde vrouwen ervoor dat hun genen een grotere kans hebben om verder te worden gedistribueerd. Omgekeerd zouden vrouwen die niet in goede vorm verkeren eerder dochters produceren, omdat de kansen dat ze een toekomstige sterke zoon krijgen laag zijn.

‘Maar het is niet zo simpel als dat,’ legt bioloog Peter Neuhaus uit. Dikhoornschapen krijgen bijvoorbeeld maar één lam per jaar. De meeste ooien kiezen voor de dominante ram tijdens hun voortplanting. Wat betekent dat veel andere mannetjes geen kans krijgen. Ooien in een goede conditie geven hun sterke genen meestal door en zouden dus mogelijk ‘super mannen’ kunnen produceren. Toch doen de gezonde vrouwtjes niet meer rammen produceren dan ooien. Zoals dit model laat zien, spelen andere variabelen, zoals het feit dat veel rammen doodgaan voordat ze geslachtsrijp zijn, een centrale rol in het beoordelen van  de potentie van voortplanting.

Maar wat hebben schapen te maken met moeders die stressvolle banen hebben? Niemand twijfelt dat ze meer meisjes krijgen, maar Neuhaus adviseert om op te passen: ‘Evolutie is erg complex. Om te begrijpen hoe het werkt, moet je zoveel factoren als mogelijk meenemen die het nageslacht kunnen beïnvloeden.’




Referentie
1. S. Schindler, J. Gaillard, A. Grüning, P. Neuhaus, L.W. Traill, S. Tuljapurkar and T. Coulson. 2015. Sexspecific demography and generalization of the Trivers–Willard theory. Nature, 2015; DOI: 10.1038/nature14968.

Reacties